Hoe bewaar je een ramp

Persheng Warzandegan

De 13e mei begon als een gewone dag. Nadat mijn keramiekoven was ingeruimd wilde ik met m’n dochter naar de stad, maar zij had er geen zin. Vervolgens in de douche hoorde ik zulke rare geluiden uit het riool dat ik naar mijn dochter riep: Duitsland heeft ons aangevallen. M’n dochter vond dat ik zulke gedachten nou eens eindelijk van me af moest zetten en stelde vast dat het ‘gewoon’ vuurwerk was. Omdat ik in Koerdistan oorlog had meegemaakt kon ik eerst niet zulke vredige gedachten hebben. M’n dochter ging door met leren voor haar tentamen na het weekend.

Ik vertrouwde het niet maar trok toch weer werkkleren aan. Om een uur of drie waren de geluiden echt niet meer normaal en ik liep naar beneden. Samen zijn we weggedoken onder de trap --- er was intussen overal veel rook en explosielawaai.

Daar zaten we --- er liep een film in mijn hoofd af van mijn leven --- en ik hoopte vurig dat mijn dochter niet zou doodgaan, want daarvoor had ik haar niet meegenomen helemaal naar hier. Ik was bang voor de pijn van de dood, en ik wilde haar ervoor waarschuwen.

In een flits ging het door me heen dat ik mijn kinderen met vakantie had moeten sturen in plaats van altijd maar met mijn werk bezig te zijn.

Terwijl bijna het hele huis op ons viel heb ik mijn dochter met mijn armen beschermd. Na de klap probeerden we weg te komen. De vraag was hoe we het vuur de baas moesten worden maar ik was tegelijk ook vreselijk in de war, moest aan Hiroshima denken, moest hoesten, stikte bijna toen mijn dochter mij meetrok. Kon nog net mijn tas meenemen. En schoenen, maar verder niks. We wilden rennen maar dat kon niet, we moesten ons een weg door het puin banen. Het leek net een droom waarin je niet vooruit kan komen.

Vanuit de Kroedhöfte richting Renbaanstraat zagen we een mevrouw die anders altijd in een rolstoel zat nu tegen een stuk muur zitten. Haar huis was helemaal verwoest. Een echtpaar een eindje verderop was met huisraad aan het sjouwen en hun auto aan het volproppen. Wij hoopten dat zij ons zouden zien met die mevrouw, maar de auto reed weg. De klappen gingen door, wij dachten steeds maar weer dat we dood zouden gaan. We sjorden aan de mevrouw, zij kon niet lopen. Toen liet ik mijn dochter en die vrouw daar en rende achter de auto aan. Gelukkig zagen zij mij met mijn armen zwaaien. Ze stopten maar wilden niet achteruit rijden naar die ongelukkige mevrouw. Het kostte moeite maar uiteindelijk vonden ze het goed om de vrouw in de auto mee te nemen. Wij moesten haar er wel naartoe slepen.

(Die ervaring heb ik later verwerkt in keramieken van benen onder de titel ‘meeting points’.)

 

Na de ramp ben ik in een atelier aan de Hortensiastraat opnieuw begonnen. In Enschede Zuid had ik een hobbywoning gevonden. Dat had wel veel moeite gekost, maar daar begon ik in de avonduren weer te schilderen.

Er was een uitwisseling met kunstenaars uit Japan gepland waar veel voor moest gebeuren. Dat heeft me erg geholpen. Die uitwisseling gaf nieuwe energie.

In die tijd ben ik vanuit de Iraanse mythologie gaan schilderen en maakte ik kleine diervormen. De stier vertegenwoordigt levenskracht.

De opdrachten die ik intussen weer had kon ik afmaken. Die werden in het atelier bewaard.

 

Tijdens een weekje vakantie in Spanje heeft een pyromaan het atelier in brand gestoken. Wij werden gebeld met dat nieuws. Ik kon dat niet geloven. Het leven had opnieuw geen zin voor me. Alleen de gedachte aan mijn kinderen maakte dat ik niet volkomen moedeloos werd en toegaf aan die grote levensmoeheid. Na die klap ben ik met het thema ‘onrechtvaardigheid’ gaan werken. Ik heb Water uitgewerkt: druppels, tranen, maar ook water tegen de dorst. En muzieknoten.

 

Ik had al vaak en veel met muziek gewerkt, onder andere voor het North Sea Jazz Festival. Ik draai muziek om bij te werken. Muziek heeft mij ook geholpen om weer positieve energie te vinden.

 

Klappen en harde geluiden hebben me lang schrik aangejaagd en het vuur van de ramp heeft mij behoorlijk bang gemaakt. Ik heb een poos vuur geschilderd om dat te verwerken.

 

Ja, ik heb littekens opgelopen. Maar ik ben er steeds weer bovenop gekomen. Door mijn werk, mijn kinderen, mijn man en heel veel mensen die in mij bleven geloven, ook toen ik dat zelf even niet meer kon.

 

Opgetekend 14 april 2010 door Thijn Thijink

Muziekkwartier Nationale Reis Opera Tubantia