Hoe bewaar je een ramp

Stéfanie van Tuinen

Persoonlijk relaas van een buitenstaander

Links achterin de woonkamer, daar zaten we met z’n tweeën. Op een krukje aan een groen geschilderd tafelblad, dat strak tussen de boekenkast en de eettafel was geplaatst. Op dat groene tafelblad stond onze “nieuwe” – want tweedehands gekocht- computer en zaten we al uren bestanden te kopiëren en over te zetten. Onze dochter van drie maanden lag heerlijk boven te slapen. En buiten, in onze omheinde stadstuin, was het niet te harden, zo heet. Dus je kon maar beter binnen zijn.

Lichtelijk geïrriteerd werden we uit onze concentratie gehaald toen we een doffe harde klap hoorden: “Zo, die rijdt onbenullig met z’n aanhanger door de straat!”, zeiden we tegen elkaar.

Het weer betrok en ik haalde de stoelkussens naar binnen want het onweer zou wel snel gaan losbarsten.

 

De telefoon ging. Het was mijn vader. Mijn vader belde nooit, maar dat realiseerde ik me pas later. Mijn zusje had gebeld; er was iets ontploft in Enschede. Dichtbij waar zij tot voor twee maanden geleden woonde. En in de binnenstad waren alle ramen eruit geknald en renden er allerlei mensen in paniek in het rond. Hij ging maar gauw weer ophangen, want misschien wilde mijn zusje hem weer bellen.

“Noh, dat zal wel wat meevallen.”

Dat was wat ik toen dacht. Volgens mijn vader moesten we maar naar RTV Oost kijken. Uren later keken we nog, steeds maar weer. En we zagen ook nog even een spectaculaire zwart-witte jurk, maar dat sloeg eigenlijk nergens op.

’s Ochtends was de tuin bezaaid met zwarte snippers, alsof het, heel cynisch, zwarte confetti had geregend.

 

Nog dagen bekeken we alles wat met ‘de ramp’ te maken had; beelden op tv, foto’s in de krant. We lazen krantenberichten, overlijdensadvertenties en luisterden naar ooggetuigenverslagen. We keken naar de stille tocht, op televisie. En we gingen vooral niet naar ter plekke. Daar hoorden we niet.

 

De plek, links achterin de kamer, werd inmiddels ingenomen door een box. De computer werd een laptop. En onze eettafel tevens computertafel. De slaapkamers waren allemaal bezet en in het atelier stonden een kinderwagen en een buggy. De schildersezel was ingeklapt.

We moesten maar eens verhuizen.

Naar weer zo’n mooi oud huis, het liefst ergens achteraf. Een houten huis met een stuk bos leek heel lang een plek “bij uitstek geschikt” voor ons gezin.

Maar hout moet je onderhouden. En een bos toch ook wel een beetje. En het bleek best ver fietsen naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Naar de kroeg gaan zat er ook niet in. Maar goed, met kleine kinderen zagen we die plek toch bijna nooit van binnen. We zochten nog een paar jaar verder.

 

In de klas van mijn dochter verhuisde een jongen naar Enschede. Het gezin ging wonen op Roombeek. Het verhaal klonk interessant. Voor dat gezin althans, voor ons zou dat vast niet weggelegd zijn.

Of? Maar waarom eigenlijk niet?

In ons hoofd kreeg het idee hoe langer hoe meer concreet vorm. En vlak voordat we naar een informatiemiddag van het projectbureau gingen zagen we, via de website, de kavel aan de schurinksweg 65 vrijkomen. Heel impulsief plaatsten we een optie. Het bleek voor ons de mooiste woon-werkplek te zijn en tweeeneenhalf jaar later, op 15 februari 2008, verhuisden we van Hengelo naar Enschede.

 

Spijt hebben we nog nooit gehad van deze stap. Luxe vinden we het nog steeds, dat wonen op Roombeek. Het sprankelt hier. Zo kunnen we het het beste omschrijven.

Maar diep vanbinnen voelen we ons toch ook soms wat ongemakkelijk. Het gevoel te wonen op een plek die iemand anders toebehoorde.

Misschien dat we ons daarom extra verantwoordelijk voelen om iets te maken van deze wijk.

 

Stéfanie van Tuinen

 

Ons huis staat ongeveer honderd meter van het centrum van de ontploffing.

In onze tuin is een goudkistje geplaatst. In theorie kijkt dat goudkistje uit op deze plek. Ik voelde mij verplicht om op de één of andere manier daaraan te refereren en bevestigde op een stuk puin (uit onze tuin) een heel klein houten huisje. Daarbij plaatste ik het onderstaande gedicht. Het gedicht is geschreven naar aanleiding van het bezoek van Koningin Beatrix aan Roombeek, op 22 april 2008. Als jonge nieuwe bewoners van Roombeek, een plek waar een ramp heeft plaatsgevonden, zwaaiden mijn kinderen haar blij en onbevangen toe.

 

 

 

bezoek van een koningin

 

Toen leek ver weg

Waar nu hijskranen

en losse bouwstenen

langzaam plaats maken

 

Zij was er toen

en nu dan weer

en ergens tussendoor

leken tijden onbelangrijk

 

De school al uit

maar naar haar zwaaien

moest nog even

 

Minuten stilte drukten zwaar

 

Onbewust van toen

ver weg

speelden kinderen in de krater

 

 

 

 

 

Stéfanie van Tuinen

Schurinksweg 65

7523AP Enschede

053 7891932

http://www.huisvantuinen.com/

info@huisvantuinen.com

 

 

Muziekkwartier Nationale Reis Opera Tubantia