Drietal anonieme verhalen
S: Toen de ramp in Enschede gebeurde, woonden we in dezelfde straat. Toen we het vuurwerk hoorden gingen we naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Door de grote klappen is binnen alles kapot gegaan. Wij zijn weggevlucht zonder iets mee te nemen. Alleen de kleren die we aan ons lijf hadden. Toen we een week later naar ons huis mochten gaan kijken, was alles weg.
We werden eerst ondergebracht in Boswinkel, daarna hebben we 6 jaar in een flat in Mekkelholt gewoond. Dat was al dicht bij onze oude buurt. Toen de huizen hier klaar waren zijn we meteen hier naartoe gegaan. Dat was in 2007. We waren heel blij dat we na al die jaren weer terug waren in onze oude buurt. De meeste buren zijn toen ook weer hier komen wonen.
D: Omdat het de volgende dag Moederdag was, kwamen al mijn kinderen al op zaterdag naar Enschede. Die kinderen wonen op verschillende plaatsen in Duitsland en in Rotterdam en Deventer. Ook de kleinkinderen waren erbij. Het huis was helemaal vol met familie. Vijf kinderen (vier zonen en een dochter) met hun echtgenoten en hun kinderen. In de loop van de ochtend zijn ze allemaal aangekomen.
Het was mooi weer buiten. Het eerste vuurwerk vonden we mooi. M’n oudste zoon en schoondochter keken verbaasd en ik werd een beetje bang. Ik ging naar de Nederlandse buren om ze te waarschuwen. Ik was bang voor brand. Mijn zoon en zijn vrouw gingen nog boodschappen doen.
Wij woonden waar nu het Roomblik is. Dus heel dicht bij de vuurwerkfabriek. We hebben allemaal geluk gehad. Niemand is gewond geraakt, mijn man had alleen wat glasscherven in z’n been en mijn hand was een beetje verbrand.
Maar wat gebeurde was toch vreselijk. De stoeptegels vlogen ons om de oren. Het was ineens heel donker, ik kon de deur niet meer vinden om naar binnen te gaan. Mijn andere zoon die sigaretten was gaan kopen, kwam terug en zag dat ik alleen maar rondjes liep en niet wist wat ik moest doen. De anderen waren al weggerend, weg van het vuur. Ze waren allemaal in de auto’s gesprongen, boven op elkaar, om te kunnen vluchten. Toen werd ik door m’n andere zoon ook in een auto geduwd.
De zoon die boodschappen was gaan doen hoorde dat het vuurwerk een ramp was geworden. Hij zei tegen zijn vrouw dat zij bij de winkel moest blijven en hij zou zijn ouders gaan helpen. Op weg naar ons toe viel een groot betonblok vlak vóór hem op de grond. Toen kon hij niet meer verder. Hij dacht toen dat we allemaal dood waren. We zijn met de auto naar het winkelcentrum in Deppenbroek gereden. Daar werden onze namen omgeroepen en zo heeft m’n zoon ons gevonden. Zijn vrouw is bij de winkel flauw gevallen, die zijn we even kwijt geweest. Zij werd door twee Nederlandse vrouwen geholpen en toen hoorde ze ook het omroepen van de namen. Zo heeft zij ons teruggevonden. Daarna vluchtten we verder naar een boerderij verderweg. Daar kregen we drinken en schoenen, want we waren op blote voeten weggerend. De vrouw van de boerderij huilde met ons mee en gaf drinken. We hebben alles verloren, het huis en alles erin.
Het kleinkind, dat toen drie was, heeft nog drie jaar last gehad van vliegtuiggeluiden. Na de ramp zijn mijn man en ik een maand bij onze zoon vlak over de grens gebleven. Daarna kregen we een vervangende woning van de gemeente Enschede. Twee weken na de ramp mochten we met een bus vol met mensen kijken naar de ruïnes. We mochten niet uit de bus zonder wit pak en bescherming tegen de asbest. Ons huis was helemaal weg. Niets meer. Geen foto’s, geen sieraden, geen geld, geen oude jurk uit Turkije die nog van mijn oma was geweest, een jurk van 200 jaar oud. Alles weg.
Ik heb er wel veel verdriet van gehad, vooral het gemis van de familiefoto’s, van m’n ouders en zo, maar ik heb mezelf gezegd dat ik het moet vergeten. We hebben vijf jaar aan de Stroinkslanden gewoond. Tot de huizen hier klaar waren. Oorspronkelijk woonden we aan de Nachtegaalstraat, 25 jaar lang. Ik vind het nog steeds jammer dat we daar niet naar terug zijn gegaan. Maar deze huizen waren eerder klaar en we wilden niet nog langer wachten.
F:
We hebben de ramp in Enschede van dichtbij meegemaakt. We woonden in de Kroedhöftestraat. We hadden bezoek, waren met z’n vijven in huis. We hoorden het knallen. M’n man en een vriend uit Kosovo zijn gaan kijken wat er aan de hand was. Toen kreeg die vriend glas scherven in z’n oog zodat hij nu voor 80 % blind is.
We zijn na de eerste knallen in het toilet gaan schuilen en gingen bidden omdat we bang waren om dood te gaan. We durfden niet naar buiten omdat overal muren omvielen en stenen overal neerkwamen. Uiteindelijk gingen we toch en zijn we in het ziekenhuis terecht gekomen. Ik heb er een litteken boven mijn linker oog aan overgehouden. Mijn man raakte aan zijn hoofd gewond. We hebben daarna binnen drie dagen een vervangende woning gekregen, kleding, geld en meubels. In de flat in Stadsveld hebben we gewoond tot we hier op het Talmaplein konden intrekken. We wonen hier nu heel mooi. Veel van de buren kennen we al heel lang, van voor de ramp. Twee jaar na de ramp stierf mijn man.
Na de ramp kwam Nova bij ons. We hadden zo’n 6000 guldens gespaard om met vakantie te kunnen gaan, we waren al bijna tien jaar niet meer in Kosovo geweest en wilden daar graag weer eens naartoe. We hebben er echt vele jaren voor gespaard. Mijn man vertelde aan NOVA dat het geld in de ramp was verbrand. Een Hongaar die hier al heel lang woonde zag het programma en kreeg medelijden met ons, hij schreef ons een brief en wilde ons bezoeken. Hij is gekomen, heeft met mijn man gesproken en zei dat hij ons met zijn geld op vakantie wou sturen. Hij bestelde de tickets voor vier personen en gaf 1500 gulden per persoon zakgeld mee. Hij kocht ook nog een fototoestel voor ons. Mijn man heeft in Kosovo een groot schilderij gekocht en een ketting en wat kleine cadeautjes. Als dank. Hij dacht dat die man wel rijk moest zijn. Hij bracht die cadeaus en toen bleek dat het een gewone arbeider was die zelf helemaal niet veel had.
Maar die Hongaarse man wilde vanuit zijn hart dit goede werk doen. Mijn man kon dit haast niet begrijpen. Van het geld dat wij hadden overgehouden heeft mijn man toen een fiets gekocht voor die weldoener. We hebben geen contact meer met deze man omdat hij deze goede daad wilde doen zonder daarmee bekend te worden. Eigenlijk had hij helemaal anoniem willen blijven.
Dit was wel een heel bijzondere belevenis.




